Over hiv en aids
Aids maakt elk jaar miljoenen slachtoffers, vooral onder jongeren. Maar wat is het eigenlijk voor ziekte? Gaat iedereen die aids krijgt eraan dood? Wat is het verschil tussen hiv en aids? En hoe kan je voorkomen dat je het krijgt?
Wat is hiv?
Hiv is het virus dat aids veroorzaakt. Het is de afkorting van “Humane Immuno deficiency Virus”. “Humane” betekent “menselijk” en “immuno deficiency” staat voor “aantasting van de afweer”. Hiv tast de weerstand aan zodat andere virussen en bacteriën een kans krijgen. In ons bloed zitten witte bloedlichaampjes, die ons lichaam tegen indringers beschermen en daarom vaak met soldaatjes worden vergeleken. Als we bijvoorbeeld een griepje onder de leden hebben, gaan de witte bloedlichaampjes het gevecht aan met het griepvirus dat ons ziek maakt. De strijd kan wel een week of twee weken duren, maar uiteindelijk schakelen de witte bloedlichaampjes het griepvirus uit en worden we vanzelf weer beter. Het gevaarlijke van hiv is dat het de witte bloedlichaampjes kapot maakt, zodat het lichaam zich niet meer kan verdedigen. Aan hiv zelf gaat niemand dood, maar wie het heeft kan doodziek worden van virussen en bacteriën die voor andere mensen heel onschuldig zijn.
Wat is aids?
Pas als het afweersysteem zo ver is aangetast dat iemand infecties krijgt die bij gezonde mensen geen enkele kans zouden krijgen, spreken we van aids. Dat is ook weer een afkorting, van “Acquired Immuno Deficiency Syndrome”. “Acquired” betekent “verworven” en wil zeggen dat het niet om een aangeboren aandoening gaat, maar om iets wat iemand later in het leven oploopt. Dat klopt trouwens niet altijd: baby’s kunnen tijdens de geboorte of via de moedermelk met hiv geïnfecteerd raken.
De laatste drie woorden,“Immuno Deficiency Syndrome”, geven aan dat aids niet één ziekte is, maar een “syndroom”, een “complex van ziektes” die worden veroorzaakt door “aantasting van het afweersysteem”. Iemand die aan aids lijdt, heeft dus altijd hiv en is dus “hiv-positief”, ook wel “seropositief” genoemd. Maar wie hiv heeft, hoeft helemaal geen aids te hebben.
Nog steeds geen vaccin
Er bestaat (nog) geen vaccin tegen hiv, het virus dat aids veroorzaakt en er zijn al evenmin medicijnen die aids kunnen genezen. Wie eenmaal besmet is met hiv, raakt het nooit meer kwijt, tenminste niet zolang het wondermiddel waar wetenschappers zo hard naar zoeken nog niet is ontdekt.

Medicijnen
Er zijn intussen wel medicijnen die ervoor zorgen dat je minder ziek wordt van hiv; de zogeheten hiv-remmers. Daarom moeten deze medicijnen elke dag twee of drie keer stipt worden ingenomen, anders grijpt het hiv-virus meteen weer om zich heen.
Er zijn allerlei soorten hiv-remmers, die verschillende tactieken hebben om het hiv-virus aan te pakken. Een combinatie of “cocktail” van medicijnen blijkt meestal het beste te werken. Hiv-remmers kunnen zware bijwerkingen veroorzaken, die niet iedereen kan verdragen. Je kunt dus maar het beste zorgen dat je niet geïnfecteerd raakt.
Medicijnen in ontwikkelingslanden
Voor de meeste mensen in arme landen zijn aids-remmers veel te duur. Wie de hiv-remmers wel kan betalen, moet vaak naar de dokter om zijn bloed te laten onderzoeken. Ook dat is in ontwikkelingslanden, waar de gezondheidszorg lang niet zo goed geregeld is als in westerse landen, voor veel mensen een onoverkomelijk probleem.


